BWBR0005182
Geldig vanaf 1991-09-18
Artikel 4
Wet D'gemeenten en D'provincies
De gemeentewet( Stb.1931, 89) wordt als volgt gewijzigd:
A. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
B. 1. In afwijking van de artikelen 217 en 218 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96) gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot gemeentelijke belastingen standaardverordeningen vastgesteld die in besluiten als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet van toepassing kunnen worden verklaard, en wordt tevens bepaald hetgeen in deze besluiten overigens wordt of kan worden geregeld.
3. Indien een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet is ingericht overeenkomstig de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, behoeft het de goedkeuring van gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
5. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun besluit een zodanige termijn stellen.
6. Een beslissing als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te plegen.
7. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het derde lid.
1. In afwijking van de artikelen 217 en 218 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96) gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot gemeentelijke belastingen standaardverordeningen vastgesteld die in besluiten als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet van toepassing kunnen worden verklaard, en wordt tevens bepaald hetgeen in deze besluiten overigens wordt of kan worden geregeld.
3. Indien een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet is ingericht overeenkomstig de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, behoeft het de goedkeuring van gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
5. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun besluit een zodanige termijn stellen.
6. Een beslissing als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te plegen.
7. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het derde lid.
C. 1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet geldt de volgende bepaling voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'gemeenten gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Op een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet zijn van artikel 218 van de Gemeentewet alleen het eerste, het derde en het vierde lid van toepassing.
1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet geldt de volgende bepaling voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'gemeenten gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Op een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet zijn van artikel 218 van de Gemeentewet alleen het eerste, het derde en het vierde lid van toepassing.
D. 1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
3. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun beslissing een zodanige termijn bepalen.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te voeren.
5. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
3. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun beslissing een zodanige termijn bepalen.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te voeren.
5. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
A. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
B. 1. In afwijking van de artikelen 217 en 218 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96) gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot gemeentelijke belastingen standaardverordeningen vastgesteld die in besluiten als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet van toepassing kunnen worden verklaard, en wordt tevens bepaald hetgeen in deze besluiten overigens wordt of kan worden geregeld.
3. Indien een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet is ingericht overeenkomstig de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, behoeft het de goedkeuring van gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
5. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun besluit een zodanige termijn stellen.
6. Een beslissing als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te plegen.
7. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het derde lid.
1. In afwijking van de artikelen 217 en 218 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96) gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot gemeentelijke belastingen standaardverordeningen vastgesteld die in besluiten als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet van toepassing kunnen worden verklaard, en wordt tevens bepaald hetgeen in deze besluiten overigens wordt of kan worden geregeld.
3. Indien een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet is ingericht overeenkomstig de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, behoeft het de goedkeuring van gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
5. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun besluit een zodanige termijn stellen.
6. Een beslissing als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te plegen.
7. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het derde lid.
C. 1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet geldt de volgende bepaling voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'gemeenten gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Op een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet zijn van artikel 218 van de Gemeentewet alleen het eerste, het derde en het vierde lid van toepassing.
1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet geldt de volgende bepaling voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'gemeenten gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Op een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet zijn van artikel 218 van de Gemeentewet alleen het eerste, het derde en het vierde lid van toepassing.
D. 1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
3. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun beslissing een zodanige termijn bepalen.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te voeren.
5. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
1. In afwijking van artikel 218 van de Gemeentewet gelden de volgende bepalingen voor de krachtens artikel 2 aangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode.
2. Een besluit als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit.
3. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun beslissing een zodanige termijn bepalen.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te voeren.
5. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het tweede lid.