BWBR0005181
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 93
Woningwet
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk IIIbepaalde zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken IIIAen IVbepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen bij de autoriteit werkzame ambtenaren.
3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken IIen V tot en met IXbepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
4. In afwijking van het derde lid zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7acen 7ahbelast de bij besluit van de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw, bedoeld in artikel 7ak, eerste lid, aangewezen ambtenaren die deel uitmaken van het personeel, bedoeld in artikel 7am.
5. Van een besluit als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
6. De ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving ter zake van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken IIen III, met uitzondering van de ambtenaren, bedoeld in het vierde lid, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.
2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken IIIAen IVbepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen bij de autoriteit werkzame ambtenaren.
3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken IIen V tot en met IXbepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
4. In afwijking van het derde lid zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7acen 7ahbelast de bij besluit van de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw, bedoeld in artikel 7ak, eerste lid, aangewezen ambtenaren die deel uitmaken van het personeel, bedoeld in artikel 7am.
5. Van een besluit als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
6. De ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving ter zake van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken IIen III, met uitzondering van de ambtenaren, bedoeld in het vierde lid, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.