BWBR0005159
Geldig vanaf 1991-09-07
Artikel 4
Vaststelling exploitatievergoeding dagscholen voor v.w.o., h.a.v.o. en m.a.v.o. voor 1990
Het resultaat van de berekening ter vaststelling van de gedeelten van het bedrag, bedoeld in artikel 3, die respectievelijk moeten worden toegerekend aan de ruimte-eenheden, de leerlingen en het vaste deel van de exploitatiekosten van rijksscholen luidt:
a. Het aantal ruimte eenheden waarover de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, over 1990 beschikten was 1728. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de ruimte-eenheden waarover de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, over 1990 beschikten was 1728. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de ruimte-eenheden bedraag f 7 360 875,64.
b. Het aantal leerlingen dat bij de rijkscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, was ingeschreven bedroeg 44135. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de leerlingen bedraagt f 8 076 193,75.
c. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan het vaste deel van de exploitatiekosten van de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, bedraagt f 1 451 195,50.
a. Het aantal ruimte eenheden waarover de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, over 1990 beschikten was 1728. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de ruimte-eenheden waarover de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, over 1990 beschikten was 1728. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de ruimte-eenheden bedraag f 7 360 875,64.
b. Het aantal leerlingen dat bij de rijkscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, was ingeschreven bedroeg 44135. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan de leerlingen bedraagt f 8 076 193,75.
c. Het gedeelte van het bedrag, bedoeld in artikel 3, dat wordt toegerekend aan het vaste deel van de exploitatiekosten van de rijksscholen en rijksscholengemeenschappen, bedoeld in artikel 1, bedraagt f 1 451 195,50.