BWBR0005145
Geldig vanaf 1991-08-02
Artikel 3
Instelling commissie Taalaspecten onderwijs
De leden van de commissie hebben tot taak:
1. te bezien in hoeverre het gewenst is het gebruik van het Nederlands als voertaal in het Nederlandse onderwijs in de wetgeving te verankeren, en zo ja, hoe dit zou moeten gebeuren;
2. na te gaan in hoeverre het proces van verdergaande internationale samenwerking en communicatie, in het bijzonder in het kader van de Europese eenwording, gevolgen kan hebben voor de positie van andere talen dan het Nederlands als doceertaal in het Nederlandse hoger onderwijs;
3. te bezien in hoeverre het gewenst is het gebruik van een andere taal dan het Nederlands te bevorderen in de latere stadia van het wetenschappelijk onderwijs en in het onderzoek, zodat aansluiting bij de internationale wetenschappelijke ontwikkelingen niet wordt bemoeilijkt door een tekort aan taalkennis;
4. Op grond van de gevraagde analyses aanbevelingen te formuleren en deze binnen zes maanden na de installatiedatum aan ondergetekende voor te leggen.
1. te bezien in hoeverre het gewenst is het gebruik van het Nederlands als voertaal in het Nederlandse onderwijs in de wetgeving te verankeren, en zo ja, hoe dit zou moeten gebeuren;
2. na te gaan in hoeverre het proces van verdergaande internationale samenwerking en communicatie, in het bijzonder in het kader van de Europese eenwording, gevolgen kan hebben voor de positie van andere talen dan het Nederlands als doceertaal in het Nederlandse hoger onderwijs;
3. te bezien in hoeverre het gewenst is het gebruik van een andere taal dan het Nederlands te bevorderen in de latere stadia van het wetenschappelijk onderwijs en in het onderzoek, zodat aansluiting bij de internationale wetenschappelijke ontwikkelingen niet wordt bemoeilijkt door een tekort aan taalkennis;
4. Op grond van de gevraagde analyses aanbevelingen te formuleren en deze binnen zes maanden na de installatiedatum aan ondergetekende voor te leggen.