BWBR0005144
Geldig vanaf 1991-09-01
Artikel IV
Besluit instelling Commissie van Advies inzake bezwaar de beoordeling
A. De commissie wordt bijgestaan door één van de navolgende personeelsfunctionarissen, deskundig op het gebied van personeelsbeoordeling:
C. J. de Bock, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
C. J. van Dijk, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
M. L. J. van Drunick, Hoofddirectie Organisatie en Rechtspleging en Rechtshulp;
C. H. J. van Dun, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
H. Epema, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
mw. C. C. I. M. le Feber, Directie Jeugdbescherming en Reclassering van het Ministerie van Justitie;
M. G. M. van Hooff, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
mw. E. E. Althuijzen-Lodder, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
mw. A. E. M. Horbach, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
A. H. G. Hummelink, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
A. J. Noordveld, Korps Rijkspolitie;
mw. A. Notebomer, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
E. Rietbroek, Directie Jeugdbescherming en Reclassering van het Ministerie van Justitie;
mw. S. Wijga, Hoofddirectie Organisatie Rechtspleging en Rechtshulp;
G. J. M. van Zelst, Korps Rijkspolitie.
B. Tot secretaris van de commissie wordt aangewezen:
mr. A. A. in 't Veen, Centrale Directie Personeelszaken van het Ministerie van Justitie.
C. Tot plaatsvervangend secretaris van de commissie wordt aangewezen:
A. F. Belling, Centrale Directie Personeelszaken van het Ministerie van Justitie.
C. J. de Bock, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
C. J. van Dijk, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
M. L. J. van Drunick, Hoofddirectie Organisatie en Rechtspleging en Rechtshulp;
C. H. J. van Dun, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
H. Epema, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
mw. C. C. I. M. le Feber, Directie Jeugdbescherming en Reclassering van het Ministerie van Justitie;
M. G. M. van Hooff, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
mw. E. E. Althuijzen-Lodder, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
mw. A. E. M. Horbach, Hoofdafdeling Personeel Ministerie;
A. H. G. Hummelink, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
A. J. Noordveld, Korps Rijkspolitie;
mw. A. Notebomer, Directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het Ministerie van Justitie;
E. Rietbroek, Directie Jeugdbescherming en Reclassering van het Ministerie van Justitie;
mw. S. Wijga, Hoofddirectie Organisatie Rechtspleging en Rechtshulp;
G. J. M. van Zelst, Korps Rijkspolitie.
B. Tot secretaris van de commissie wordt aangewezen:
mr. A. A. in 't Veen, Centrale Directie Personeelszaken van het Ministerie van Justitie.
C. Tot plaatsvervangend secretaris van de commissie wordt aangewezen:
A. F. Belling, Centrale Directie Personeelszaken van het Ministerie van Justitie.