BWBR0005098
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 6
Wet opheffing Visserijschap en Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven
1. De rechten en verplichtingen van de gewezen werknemers van het Visserijschap, voortvloeiende uit de Verordening pensioenen Personeel Visserijschap 1988, de Verordening Vrijwillig Vervroegde Uittreding Personeel 1986, blijven ook na de opheffing van het Visserijschap in stand.
2. De rechten en verplichtingen van de gewezen werknemers van het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven, blijven ook na de opheffing van het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven in stand.
3. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op de wachtgelden en pensioenverzekeringen, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover het Produktschap voor Vis en Visprodukten.
2. De rechten en verplichtingen van de gewezen werknemers van het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven, blijven ook na de opheffing van het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven in stand.
3. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op de wachtgelden en pensioenverzekeringen, kunnen zij na de opheffing geldend worden gemaakt onderscheidenlijk moeten zij worden gekweten tegenover het Produktschap voor Vis en Visprodukten.