Artikel 1
1. Het vierjaarlijks voortschrijdend gemiddelde als bedoeld in artikel 147, vierde lid, van de Provinciewetwordt gesteld op 4,4 percent.
2. Gelet op het voor het belastingjaar 1991 geldende maximum aantal te heffen opcenten van 32,7 en het bovenvermelde vierjaarlijks voortschrijdende gemiddelde, bedraagt het door de provincies te heffen aantal opcenten voor de periode 1 april 1992 tot en met 31 maart 1993 derhalve ten hoogste 34,2.
2. Gelet op het voor het belastingjaar 1991 geldende maximum aantal te heffen opcenten van 32,7 en het bovenvermelde vierjaarlijks voortschrijdende gemiddelde, bedraagt het door de provincies te heffen aantal opcenten voor de periode 1 april 1992 tot en met 31 maart 1993 derhalve ten hoogste 34,2.