BWBR0004991
Geldig vanaf 1991-02-13
Artikel 2
Regeling registratienummers op kleine vaartuigen en markeerboeien
1. Het is verboden kleine vaartuigen aan boord van een vissersvaartuig te houden zonder dat deze zijn voorzien van het registratienummer van het vissersvaartuig aan boord waarvan het vaartuig zich bevindt.
2. Het in het eerste lid bedoelde registratienummer moet zijn geplaatst op de romp van het vaartuig aan beide kanten van de boeg, met dien verstande dat de afstand tussen de bovenrand van de romp en de bovenkant van het nummer niet meer dan 10 cm mag bedragen.
3. Het in het eerste lid bedoelde nummer moet met wit zijn geschilderd op een constrasterende ondergrond, alsmede goed gevormd en duidelijk leesbaar zijn. De hoogte van elke letter of elk cijfer bedraagt tenminste 10 cm, met een lijndikte van tenminste 2 cm. De onderlinge afstand tussen letters en cijfers moet tenminste 2 cm zijn.
2. Het in het eerste lid bedoelde registratienummer moet zijn geplaatst op de romp van het vaartuig aan beide kanten van de boeg, met dien verstande dat de afstand tussen de bovenrand van de romp en de bovenkant van het nummer niet meer dan 10 cm mag bedragen.
3. Het in het eerste lid bedoelde nummer moet met wit zijn geschilderd op een constrasterende ondergrond, alsmede goed gevormd en duidelijk leesbaar zijn. De hoogte van elke letter of elk cijfer bedraagt tenminste 10 cm, met een lijndikte van tenminste 2 cm. De onderlinge afstand tussen letters en cijfers moet tenminste 2 cm zijn.