BWBR0004990
Geldig vanaf 1991-02-01
Artikel 4
Besluit mestbassins milieubeheer
1. Degene die voornemens is een inrichting op te richten, voor zover dit oprichten betrekking heeft op het bewaren van dunne mest, meldt dit tenminste vier weken voor het oprichten aan het bevoegd gezag.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het uitbreiden of wijzigen van een inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dat betrekking heeft op het bewaren van dunne mest. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is gedaan en door dit uitbreiden, wijzigen of veranderen van de werking van de inrichting geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.
3. Bij een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt in ieder geval het tijdstip vermeld, waarop de inrichting of de uitbreiding of wijziging daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn, en worden de gegevens verstrekt, die in de bij dit besluit behorende bijlage IIzijn aangegeven. Tevens dienen de gegevens te worden verstrekt die zijn aangegeven in de krachtens bijlage IIdoor het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. De melding dient te worden gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Onze Minister kan daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de in bijlage IIbedoelde gegevens.
4. Degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste of het tweede lid, dient het bevoegd gezag zo tijdig in kennis te stellen van een wijziging van het in het derde lid bedoelde tijdstip dat het bevoegd gezag in staat is voorafgaand aan dat tijdstip te controleren of aan de in bijlage Iopgenomen voorschriften wordt voldaan.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het uitbreiden of wijzigen van een inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dat betrekking heeft op het bewaren van dunne mest. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is gedaan en door dit uitbreiden, wijzigen of veranderen van de werking van de inrichting geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.
3. Bij een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt in ieder geval het tijdstip vermeld, waarop de inrichting of de uitbreiding of wijziging daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn, en worden de gegevens verstrekt, die in de bij dit besluit behorende bijlage IIzijn aangegeven. Tevens dienen de gegevens te worden verstrekt die zijn aangegeven in de krachtens bijlage IIdoor het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. De melding dient te worden gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Onze Minister kan daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de in bijlage IIbedoelde gegevens.
4. Degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste of het tweede lid, dient het bevoegd gezag zo tijdig in kennis te stellen van een wijziging van het in het derde lid bedoelde tijdstip dat het bevoegd gezag in staat is voorafgaand aan dat tijdstip te controleren of aan de in bijlage Iopgenomen voorschriften wordt voldaan.