BWBR0004971
Geldig vanaf 1991-01-16
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Oostenrijk
1. Een lichaam dat aan een lichaam dat inwoner van Oostenrijk is, dividenden betaalt waarop ingevolge artikel 10, derde lid, van het Verdrag ten hoogste 5 percent dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting, voor zover deze meer dan 5 percent bedraagt.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Oostenrijkse lichaam;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
c) het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Oostenrijkse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Oostenrijkse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam, zolang
het lichaam inwoner van Oostenrijk is,
het lichaam onmiddellijk of middellijk ten minste 25 percent van het kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Oostenrijkse lichaam van toepassing blijft.
De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Oostenrijkse lichaam;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
c) het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Oostenrijkse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Oostenrijkse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam, zolang
het lichaam inwoner van Oostenrijk is,
het lichaam onmiddellijk of middellijk ten minste 25 percent van het kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Oostenrijkse lichaam van toepassing blijft.
De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.