BWBR0004945
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 3
Nachtvliegregeling Maastricht Airport 1990
1. Het in artikel 2genoemde verbod geldt niet voor:
a. vliegtuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening worden ingezet;
b. vóór 24.00 uur plaatselijke tijd landende vliegtuigen die lijndiensten uitvoeren die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren;
2. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2voor vliegtuigbewegingen die vóór 04.00 uur plaatselijke tijd plaatsvinden:
a. indien sprake is van technische storingen het vliegtuig of de luchtvaarttechnische gronduitrusting betreffende of bijzondere meteorologische condities – hetzij op het luchtvaartterrein of elders – die zonder ontheffing zouden leiden tot ernstige verstoring van de dienstregelmaat van het luchtverkeer;
b. in geval van vertragingen in de vluchtuitvoering als gevolg van uitzonderlijke en niet te voorziene congesties of stakingsacties het luchtverkeer betreffende;
c. in andere, zeer uitzonderlijke omstandigheden.
3. De havenmeester wordt gemachtigd de in het tweede lid van dit artikel bedoelde ontheffing namens de minister van Verkeer en Waterstaat te verlenen. Van elke verleende ontheffing wordt rapport opgemaakt dat in afschrift wordt gezonden aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst.
a. vliegtuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening worden ingezet;
b. vóór 24.00 uur plaatselijke tijd landende vliegtuigen die lijndiensten uitvoeren die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren;
2. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2voor vliegtuigbewegingen die vóór 04.00 uur plaatselijke tijd plaatsvinden:
a. indien sprake is van technische storingen het vliegtuig of de luchtvaarttechnische gronduitrusting betreffende of bijzondere meteorologische condities – hetzij op het luchtvaartterrein of elders – die zonder ontheffing zouden leiden tot ernstige verstoring van de dienstregelmaat van het luchtverkeer;
b. in geval van vertragingen in de vluchtuitvoering als gevolg van uitzonderlijke en niet te voorziene congesties of stakingsacties het luchtverkeer betreffende;
c. in andere, zeer uitzonderlijke omstandigheden.
3. De havenmeester wordt gemachtigd de in het tweede lid van dit artikel bedoelde ontheffing namens de minister van Verkeer en Waterstaat te verlenen. Van elke verleende ontheffing wordt rapport opgemaakt dat in afschrift wordt gezonden aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst.