BWBR0004900
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 3
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Singapore
1. Een lichaam dat inwoner van Singapore is, en dat, ingevolge artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de Overeenkomst aanspraak heeft op algehele vrijstelling van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage II opgenomen model (formulier ‘IB 95 SIN’). Nadat het lichaam een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, legt het dit over bij het innen van de dividenden.
2. Het lichaam dat het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Het lichaam dat het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.