BWBR0004882
Geldig vanaf 1990-12-01
Artikel 2
Instelling Evaluatiecommissie Wet algemene bepalingen milieuhygiëne
De commissie heeft tot taak:
a. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van advies te dienen met betrekking tot de opzet en de inhoud van het ingevolge artikel 21.2 van de Wet milieubeheer aan de Staten-Generaal uit te brengen verslag over de wijze waarop de Wet milieubeheer—nader te noemen: de wet—is toegepast, rekening houdend met de uitbouw van deze wet tot de Wet milieubeheer. Met name zal worden gekeken naar de effectiviteit van de wettelijke regelingen. De commissie zal tijdig voor 1 september 1993 en 1 september 1998 een desbetreffend evaluatierapport uitbrengen.
b. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van advies te dienen over de werking van algemene maatregelen van bestuur ingevolge artikel 2a van de Hinderwet. Het eerste advies wordt uiterlijk 1 april 1991 uitgebracht.
c. op verzoek van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of eigener beweging de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, te adviseren over mogelijkheden tot verbetering van in de praktijk gebleken tekortkomingen van milieuregelgeving, met name uit een oogpunt van uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en effectiviteit, mede in het perspectief van het streven naar duurzame ontwikkeling.
a. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van advies te dienen met betrekking tot de opzet en de inhoud van het ingevolge artikel 21.2 van de Wet milieubeheer aan de Staten-Generaal uit te brengen verslag over de wijze waarop de Wet milieubeheer—nader te noemen: de wet—is toegepast, rekening houdend met de uitbouw van deze wet tot de Wet milieubeheer. Met name zal worden gekeken naar de effectiviteit van de wettelijke regelingen. De commissie zal tijdig voor 1 september 1993 en 1 september 1998 een desbetreffend evaluatierapport uitbrengen.
b. de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van advies te dienen over de werking van algemene maatregelen van bestuur ingevolge artikel 2a van de Hinderwet. Het eerste advies wordt uiterlijk 1 april 1991 uitgebracht.
c. op verzoek van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of eigener beweging de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, te adviseren over mogelijkheden tot verbetering van in de praktijk gebleken tekortkomingen van milieuregelgeving, met name uit een oogpunt van uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en effectiviteit, mede in het perspectief van het streven naar duurzame ontwikkeling.