BWBR0004879
Geldig vanaf 2006-02-28
Artikel 2b
Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingenvervatte verboden wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft:
a. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aan minder dan 100 natuurlijke personen of rechtspersonen, niet zijnde natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, per staat;
b. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50.000 per deelnemer; of
c. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling met een nominale waarde per recht van deelneming van ten minste € 50.000.
2. Het bepaalde in het eerste lid onderdeel b en c is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964.
a. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aan minder dan 100 natuurlijke personen of rechtspersonen, niet zijnde natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, per staat;
b. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50.000 per deelnemer; of
c. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling met een nominale waarde per recht van deelneming van ten minste € 50.000.
2. Het bepaalde in het eerste lid onderdeel b en c is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964.