BWBR0004858
Geldig vanaf 1990-10-01
Artikel 2
Wet N.V. RCC
1. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden op te richten de naamloze vennootschap N.V. RCC v/h Rijks Computercentrum, waarop van toepassing zijn de artikelen 158 tot en met 164 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en welke ten doel heeft het verrichten van werkzaamheden op het gebied van de informatieverzorging in de ruimste zin, mede ter voortzetting van de dienstverlening, zoals die tot de oprichting van de vennootschap werd verricht door het Rijks Computercentrum.
2. De vennootschap kan worden opgericht zonder dat op de datum van oprichting een ondernemingsraad is ingesteld. Tot het tijdstip waarop de N.V. RCC een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden( Stb.1971, 54) van toepassing zijn, worden de commissarissen benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.
3. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat deel te nemen in het bij de oprichting van de N.V. RCC door hem vast te stellen kapitaal en verder deel te nemen in het kapitaal van de vennootschap.
2. De vennootschap kan worden opgericht zonder dat op de datum van oprichting een ondernemingsraad is ingesteld. Tot het tijdstip waarop de N.V. RCC een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden( Stb.1971, 54) van toepassing zijn, worden de commissarissen benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.
3. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat deel te nemen in het bij de oprichting van de N.V. RCC door hem vast te stellen kapitaal en verder deel te nemen in het kapitaal van de vennootschap.