BWBR0004846
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 6
Reglement persoonsregistraties Wet arbeid buitenlandse werknemers
1. De gegevens uit de registratie kunnen worden vertrekt aan:
a. medewerkers van het gewestelijk Arbeidsbureau, van het Districtsbureau voor de Arbeidsvoorziening en andere onderdelen van hhet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid indien en voor zover door de houder is bepaald dat zij de gegevensuit hoofde van de aan hen opgedragen taak mogen ontvangen;
b. leden en plaatsvervangende leden van de Adviescommissie Wet arbeid buitenlandse werknemers indien en voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de aan de haar opgedragen taak;
c. ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de Vreemdelingenwet indien en voorzover dit noodzakelijk is voor de beoordeling of de vreemdeling voor verblijf in Nederland in aanmerking komt of in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de W.a.b.w.;
d. ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij artikel 4 en krachtens artikel 6, tweede lid , van de W.a.b.w. bepaalde;
e. instellingen die onderzoek verrichten dat van belang is voor de realisering van de doeleinden van de organisatie.
2. Aan de instellingen in het eerste lid, onder e, bedoeld, zullen slechts gegegens worden verstrekt indien is gewaarborgd dat de gegevens uitsluitend zullen worden gebruikt voor onderzoek en/of statistiek en dat de openbaarmaking van de gegevens uitsluitend in een niet tot de persoon herleidbare vorm zal geschieden.
3. Van verstrekking van gevens aan derden wordt door de houder of de beheerder aantekening gehouden.
a. medewerkers van het gewestelijk Arbeidsbureau, van het Districtsbureau voor de Arbeidsvoorziening en andere onderdelen van hhet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid indien en voor zover door de houder is bepaald dat zij de gegevensuit hoofde van de aan hen opgedragen taak mogen ontvangen;
b. leden en plaatsvervangende leden van de Adviescommissie Wet arbeid buitenlandse werknemers indien en voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de aan de haar opgedragen taak;
c. ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de Vreemdelingenwet indien en voorzover dit noodzakelijk is voor de beoordeling of de vreemdeling voor verblijf in Nederland in aanmerking komt of in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de W.a.b.w.;
d. ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij artikel 4 en krachtens artikel 6, tweede lid , van de W.a.b.w. bepaalde;
e. instellingen die onderzoek verrichten dat van belang is voor de realisering van de doeleinden van de organisatie.
2. Aan de instellingen in het eerste lid, onder e, bedoeld, zullen slechts gegegens worden verstrekt indien is gewaarborgd dat de gegevens uitsluitend zullen worden gebruikt voor onderzoek en/of statistiek en dat de openbaarmaking van de gegevens uitsluitend in een niet tot de persoon herleidbare vorm zal geschieden.
3. Van verstrekking van gevens aan derden wordt door de houder of de beheerder aantekening gehouden.