BWBR0004832
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland Bondsrepubliek Duitsland
1. Een vennootschap, die aan een vennootschap op aandelen die inwoner van de Bondsrepubliek Duitsland is en die ten minste 25 percent bezit van de stemgerechtigde aandelen van de eerstbedoelde vennootschap, dividenden betaalt waarop ingevolge artikel 13, vierde lid, van de Overeenkomst ten hoogste 10 percent dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting voor zover deze meer dan 10 percent bedraagt.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a. de naam, de plaats van vestiging en het adres van de in het eerste lid bedoelde Duitse vennootschap op aandelen;
b. het aantal en de totale nominale waarde van de uitgegeven stemgerechtigde aandelen van de Nederlandse vennootschap;
c. het gedeelte van de stemgerechtigde aandelen dat de in het eerste lid bedoelde Duitse vennootschap op aandelen bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van de Duitse vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elke daarin genoemde Duitse vennootschap zolang
deze inwoner van de Bondsrepubliek Duitsland is, en
zij onmiddellijk ten minste 25 percent van de stemgerechtigde aandelen van de Nederlandse vennootschap blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op haar van toepassing blijft.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a. de naam, de plaats van vestiging en het adres van de in het eerste lid bedoelde Duitse vennootschap op aandelen;
b. het aantal en de totale nominale waarde van de uitgegeven stemgerechtigde aandelen van de Nederlandse vennootschap;
c. het gedeelte van de stemgerechtigde aandelen dat de in het eerste lid bedoelde Duitse vennootschap op aandelen bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van de Duitse vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elke daarin genoemde Duitse vennootschap zolang
deze inwoner van de Bondsrepubliek Duitsland is, en
zij onmiddellijk ten minste 25 percent van de stemgerechtigde aandelen van de Nederlandse vennootschap blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op haar van toepassing blijft.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.