BWBR0004826
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 53
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
1. Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid:
a. door het verstrijken van de geldigheidsduur;
b. door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart of een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart;
c. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen;
d. door het overlijden van de houder;
e. door ongeldigverklaring.
2. Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, verklaart de kaart ongeldig indien deze is afgegeven op grond van door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens en de kaart niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.
3. Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, kan de kaart ongeldig verklaren indien de houder van de kaart gebruik laat maken in strijd met artikel 50.
a. door het verstrijken van de geldigheidsduur;
b. door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart of een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart;
c. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen;
d. door het overlijden van de houder;
e. door ongeldigverklaring.
2. Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, verklaart de kaart ongeldig indien deze is afgegeven op grond van door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens en de kaart niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.
3. Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, kan de kaart ongeldig verklaren indien de houder van de kaart gebruik laat maken in strijd met artikel 50.