BWBR0004779
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-België
1. Een vennootschap, die aan een vennootschap op aandelen die inwoner van België is en die onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van de eerstbedoelde vennootschap, dividenden betaald waarop ingevolge artikel 10, paragraaf 2, 1°, van de Overeenkomst ten hoogste 5 percent dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij hde inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting voor zover deze meer dan 5 percent bedraagt.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van de in het eerste lid bedoelde Belgische vennootschap op aandelen;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c) het gedeelte van dat kapitaal dat de in het eerste lid bedoelde Belgische vennootschap op aandelen onmiddellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van de Belgische vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elke daarin genoemde Belgische vennootschap zolang
deze inwoner van België is, en
zij onmiddellijk ten minste 25 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op haar van toepassing blijft.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van de in het eerste lid bedoelde Belgische vennootschap op aandelen;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c) het gedeelte van dat kapitaal dat de in het eerste lid bedoelde Belgische vennootschap op aandelen onmiddellijk bezit.
In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van de Belgische vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elke daarin genoemde Belgische vennootschap zolang
deze inwoner van België is, en
zij onmiddellijk ten minste 25 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap blijft bezitten, en
de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op haar van toepassing blijft.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.