BWBR0004778
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 5
Uitvoeringsregeling waterhuishouding
1. Degene die water afvoert of aanvoert is verplicht de verplaatste waterhoeveelheden te meten, daarvan aantekening te houden en van de verkregen gegevens opgave te doen, indien op de gemelde wijze meer dan 5000 m 3water per uur kan worden afgevoerd dan wel meer dan 100 m 3water kan worden aangevoerd. De in de voorgaande volzin omschreven verplichting geldt in de gevallen dat de afvoer of aanvoer van water plaatsvindt naar of uit een rijkswater behorende tot die welke daartoe zijn aangewezen door Onze Minister.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing vindt slechts plaats wanneer nauwkeurige gegevens over de werkelijk verplaatste waterhoeveelheden noodzakelijk zijn voor een goed oordeel over de invloed van de afvoer of de aanvoer op de peilregeling of waterbeweging en over de noodzaak tot bijzondere beheersmaatregelen. Onze Minister houdt daarbij rekening met het beheersplan voor de rijkswateren.
3. De meetplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een waterakkoord meetvoorschriften zijn opgenomen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing vindt slechts plaats wanneer nauwkeurige gegevens over de werkelijk verplaatste waterhoeveelheden noodzakelijk zijn voor een goed oordeel over de invloed van de afvoer of de aanvoer op de peilregeling of waterbeweging en over de noodzaak tot bijzondere beheersmaatregelen. Onze Minister houdt daarbij rekening met het beheersplan voor de rijkswateren.
3. De meetplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een waterakkoord meetvoorschriften zijn opgenomen.