BWBR0004762
Geldig vanaf 1990-06-01
Artikel 10
Regeling Duitse strijdkrachten Nederland
1. De inspecteur verleent aan een op een in Bijlage Iaangewezen plaats van bestemming gevestigde ontbieder van de goederen een vergunning ‘toegelaten geadresseerde voor militaire goederen’. In de vergunning kan de inspecteur bepalen dat bepaalde goederen niettemin dienen te worden aangebracht bij de door hem aan te wijzen ambtenaren in plaats van rechtstreeks bij geadresseerde.
2. De inspecteur bepaalt welke nadere voorwaarden in de vergunning worden opgenomen.
3. Bij de inspecteur moet worden overgelegd een lijst met de naam, rang, functie en handtekening van de functionaris(sen) van de Duitse strijdkrachten die bevoegd is (zijn) tot het ondertekenen van het bewijs van ontvangst op het formulier 302.
4. De inspecteur binnen wiens ambtsgebied de bestemming is gelegen bepaalt op welke wijze de bevoegde functionaris van de aankomst kennis moet geven aan de ambtenaren. Wanneer het tijdstip van aankomst vaststaat mag deze kennisgeving ook geschieden vóórdat de goederen zijn aangekomen.
5. De bevoegde functionaris dient de ambtenaren onverwijld in te lichten indien met betrekking tot een zending goederen enige onregelmatigheid is geconstateerd of wordt vermoed (bij voorbeeld een verbroken ambtelijke verzegeling).
6. De bevoegde functionaris dient de ambtenaren desgevraagd inzage te verschaffen van alle boeken en bescheiden welke op de zending goederen betrekking hebben ten einde hen in de gelegenheid te stellen de daadwerkelijke bestemming van de goederen administratief te controleren.
2. De inspecteur bepaalt welke nadere voorwaarden in de vergunning worden opgenomen.
3. Bij de inspecteur moet worden overgelegd een lijst met de naam, rang, functie en handtekening van de functionaris(sen) van de Duitse strijdkrachten die bevoegd is (zijn) tot het ondertekenen van het bewijs van ontvangst op het formulier 302.
4. De inspecteur binnen wiens ambtsgebied de bestemming is gelegen bepaalt op welke wijze de bevoegde functionaris van de aankomst kennis moet geven aan de ambtenaren. Wanneer het tijdstip van aankomst vaststaat mag deze kennisgeving ook geschieden vóórdat de goederen zijn aangekomen.
5. De bevoegde functionaris dient de ambtenaren onverwijld in te lichten indien met betrekking tot een zending goederen enige onregelmatigheid is geconstateerd of wordt vermoed (bij voorbeeld een verbroken ambtelijke verzegeling).
6. De bevoegde functionaris dient de ambtenaren desgevraagd inzage te verschaffen van alle boeken en bescheiden welke op de zending goederen betrekking hebben ten einde hen in de gelegenheid te stellen de daadwerkelijke bestemming van de goederen administratief te controleren.