Artikel 1
1. Het vierjaarlijks voortschrijdend gemiddelde als bedoeld in artikel 147, vierde lid, van de Provinciewetwordt gesteld op 3,1 percent.
2. Gelet op het voor 1989 geldende maximum aantal te heffen opcenten van 31,7 en het bovenvermelde vierjaarlijks voortschrijdende gemiddelde, bedraagt het door de provincies te heffen aantal opcenten voor de periode 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992 derhalve ten hoogste 32,7.
2. Gelet op het voor 1989 geldende maximum aantal te heffen opcenten van 31,7 en het bovenvermelde vierjaarlijks voortschrijdende gemiddelde, bedraagt het door de provincies te heffen aantal opcenten voor de periode 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992 derhalve ten hoogste 32,7.