BWBR0004728
Geldig vanaf 1990-03-22
Artikel 3
Regeling tot instelling van de Centrale Overleggroep huisvesting gehandicapten
1. De Centrale Overleggroep bestaat uit:
a. twee door de minister aan te wijzen vertegenwoordigers van het Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting, waarvan een, als voorzitter optreedt; en
b. een vertegenwoordiging van: 1º elk van de volgende organisaties: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
2º de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
1º elk van de volgende organisaties: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
2º de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. De minister kan op grond van gewijzigde verantwoordelijkheden betreffende de huisvesting van gehandicapten, tussentijds en na overleg met de in het eerste lid, onder b, genoemde vertegenwoordigers, de samenstelling van de Centrale Overleggroep wijzigen.
a. twee door de minister aan te wijzen vertegenwoordigers van het Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting, waarvan een, als voorzitter optreedt; en
b. een vertegenwoordiging van: 1º elk van de volgende organisaties: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
2º de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
1º elk van de volgende organisaties: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
de Gemeenschappelijke Medische Dienst;
het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;
de Stichting Nederlandse Gehandicaptenraad;
de Federatie van Bedrijfsverenigingen;
2º de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. De minister kan op grond van gewijzigde verantwoordelijkheden betreffende de huisvesting van gehandicapten, tussentijds en na overleg met de in het eerste lid, onder b, genoemde vertegenwoordigers, de samenstelling van de Centrale Overleggroep wijzigen.