BWBR0004703
Geldig vanaf 2004-09-03
Artikel 32
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer
1. Indien een vergunning wordt verleend, wordt daarin in ieder geval vermeld:
a. de reikwijdte, daaronder mede begrepen de identiteit van de genetisch gemodificeerde organismen die als product of in producten in de handel worden gebracht en het unieke bijbehorende identificatiesymbool;
b. de geldigheidsduur;
c. de voorschriften die worden gesteld aan het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten, daaronder mede begrepen voorschriften voor gebruik, behandeling en de verpakking en voorschriften voor de bescherming van specifieke ecosystemen, milieus of geografische gebieden waarin het product volgens plan zal worden gebruikt;
d. de verplichting om op verzoek van Onze Minister controlesteekproeven beschikbaar te stellen;
e. de voorschriften met betrekking tot etikettering, overeenkomstig bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18, en
f. de monitoringvoorschriften overeenkomstig bijlage VII bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, daaronder mede begrepen de rapportage, de termijn van het monitoringplan en voor zover van toepassing voorschriften voor degenen die het product verkopen of gebruiken waaronder voor geteelde genetisch gemodificeerde organismen, de informatie die over de teeltlocatie moet worden verschaft.
2. Producten waarin onvoorziene of technisch niet te voorkomen sporen van toegelaten genetisch gemodificeerde organismen niet zijn uit te sluiten, worden geëtiketteerd en verpakt volgens de vergunningvoorschriften met inachtneming van de drempelwaarden die zijn vastgesteld bij, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 21, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18, en waar beneden geen etiketterings- of verpakkingsplicht geldt.
3. Sporen als bedoeld in het tweede lid die bestemd zijn voor rechtstreekse bewerking of verwerking, behoeven niet te worden geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig de vergunningvoorschriften, voor zover deze sporen aanwezig zijn in een verhouding van ten hoogste 0,9% of een lagere drempelwaarde die is vastgesteld in, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 21, derde lid, van richtlijn 2001/18, mits de aanwezigheid van deze sporen onvoorzien en technisch niet te voorkomen is.
4. Een besluit als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt bekend gemaakt door kennisgeving daarvan in een van overheidswege uitgegeven blad, in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op andere geschikte wijze.
5. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, van verordening 1830/2003, tenzij het zevende of achtste lid, van deze verordening van toepassing is, dan wel, wat betreft artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 6 van deze verordening van toepassing is.
a. de reikwijdte, daaronder mede begrepen de identiteit van de genetisch gemodificeerde organismen die als product of in producten in de handel worden gebracht en het unieke bijbehorende identificatiesymbool;
b. de geldigheidsduur;
c. de voorschriften die worden gesteld aan het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten, daaronder mede begrepen voorschriften voor gebruik, behandeling en de verpakking en voorschriften voor de bescherming van specifieke ecosystemen, milieus of geografische gebieden waarin het product volgens plan zal worden gebruikt;
d. de verplichting om op verzoek van Onze Minister controlesteekproeven beschikbaar te stellen;
e. de voorschriften met betrekking tot etikettering, overeenkomstig bijlage IV bij richtlijn nr. 2001/18, en
f. de monitoringvoorschriften overeenkomstig bijlage VII bij richtlijn nr. 2001/18 en overeenkomstig bij regeling van Onze Minister aan te wijzen beschikkingen van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, daaronder mede begrepen de rapportage, de termijn van het monitoringplan en voor zover van toepassing voorschriften voor degenen die het product verkopen of gebruiken waaronder voor geteelde genetisch gemodificeerde organismen, de informatie die over de teeltlocatie moet worden verschaft.
2. Producten waarin onvoorziene of technisch niet te voorkomen sporen van toegelaten genetisch gemodificeerde organismen niet zijn uit te sluiten, worden geëtiketteerd en verpakt volgens de vergunningvoorschriften met inachtneming van de drempelwaarden die zijn vastgesteld bij, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 21, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/18, en waar beneden geen etiketterings- of verpakkingsplicht geldt.
3. Sporen als bedoeld in het tweede lid die bestemd zijn voor rechtstreekse bewerking of verwerking, behoeven niet te worden geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig de vergunningvoorschriften, voor zover deze sporen aanwezig zijn in een verhouding van ten hoogste 0,9% of een lagere drempelwaarde die is vastgesteld in, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen, beschikkingen op grond van artikel 21, derde lid, van richtlijn 2001/18, mits de aanwezigheid van deze sporen onvoorzien en technisch niet te voorkomen is.
4. Een besluit als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt bekend gemaakt door kennisgeving daarvan in een van overheidswege uitgegeven blad, in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op andere geschikte wijze.
5. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, van verordening 1830/2003, tenzij het zevende of achtste lid, van deze verordening van toepassing is, dan wel, wat betreft artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 6 van deze verordening van toepassing is.