BWBR0004630
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 1
Verplaatsingskostenbesluit 1989
1. Naar de regels bij of krachtens dit besluit kan
a. een tegemoetkoming of vergoeding worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling.
2. Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of voorziening voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming, vergoeding of voorziening krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming, vergoeding of voorziening de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
3. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. ministers;
b. hen die krachtens Grondwet of wet voor het leven zijn benoemd;
c. commissarissen van de Koning;
d. burgemeesters;
e. de politie;
f. betrokkenen, bedoeld in artikel 51 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC;
g. personeel van universiteiten, academische ziekenhuizen, organen voor postacademisch onderwijs, de Open universiteit en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.
a. een tegemoetkoming of vergoeding worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling.
2. Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of voorziening voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming, vergoeding of voorziening krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming, vergoeding of voorziening de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
3. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. ministers;
b. hen die krachtens Grondwet of wet voor het leven zijn benoemd;
c. commissarissen van de Koning;
d. burgemeesters;
e. de politie;
f. betrokkenen, bedoeld in artikel 51 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC;
g. personeel van universiteiten, academische ziekenhuizen, organen voor postacademisch onderwijs, de Open universiteit en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.