BWBR0004621
Geldig vanaf 1990-02-10
Artikel V
FIOD-toelage regeling
1. De in het vorige artikelbedoelde toelage wordt toegekend met ingang van de dag waarop de ambtenaar de werkzaamheden, waaraan de toelage is verbonden, gaat verrichten.
2. De in het vorige lid bedoelde toelage wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de omstandigheid, die tot toekenning van de toelage aanleiding gaf, vervalt.
3. Voor de ambtenaar die tijdelijk met andere werkzaamheden is belast, waarvoor de ingevolge deze beschikking verleende toelage niet kan worden genoten, eindigt het genot van de toelage met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin deze tijdelijke werkzaamheden een maand achtereen hebben geduurd.
2. De in het vorige lid bedoelde toelage wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de omstandigheid, die tot toekenning van de toelage aanleiding gaf, vervalt.
3. Voor de ambtenaar die tijdelijk met andere werkzaamheden is belast, waarvoor de ingevolge deze beschikking verleende toelage niet kan worden genoten, eindigt het genot van de toelage met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin deze tijdelijke werkzaamheden een maand achtereen hebben geduurd.