Bij het onderzoek, bedoeld in de
artikelen 16en
17 van de wet, wordt in ieder geval:
a. de aanwezigheid van de vereiste ijkmerken dan wel het kenteken, bedoeld in artikel II, vierde en achtste lid, van de wet van 8 november 1988 (Stb. 672) tot wijziging van de IJkwet 1937 (Stb. 627) en van enige andere wetten in verband met de privatisering van de dienst van het IJkwezen gecontroleerd;
b. nagegaan of het meetmiddel zijn oorspronkelijke vorm heeft behouden;
c. nagegaan of het meetmiddel in een goede staat van onderhoud verkeert;
d. een onderzoek verricht naar de meet- of weegeigenschappen van het meetmiddel aan de hand van de voorschriften van de desbetreffende ministeriële regeling als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, dan wel artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet of, indien van toepassing, aan de hand van het EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen;
e. gecontroleerd of met betrekking tot het meetmiddel aan de voorschriften betreffende het uitsluitend gebruik wordt voldaan.