BWBR0004579
Geldig vanaf 1989-07-01
Artikel 3
Uitvoeringswet Verordening tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden
1. Een Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in Nederland bezit rechtspersoonlijkheid met ingang van de dag van zijn inschrijving in het handelsregister. De vereffening van het samenwerkingsverband eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn en het samenwerkingsverband behoudt tot dat tijdstip zijn rechtspersoonlijkheid.
2. <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> Titel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>is op de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon van toepassing met uitzondering van de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 11</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">18</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 vierde lid, eerste zin</a>, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">21 eerste lid onder b en c.</a>De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/138" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 138</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/149" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">149 van dat boek</a>zijn op die rechtspersoon van overeenkomstige toepassing.
3. De bepalingen van <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Titel 8, Afdeling 2, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van toepassing, dan wel van overeenkomstige toepassing op een Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in Nederland. Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/345" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 345</a>betreffende een zodanig samenwerkingsverband zijn bevoegd de leden van het samenwerkingsverband, een vereniging van werknemers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/347" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 347</a>, alsmede degenen aan wie daartoe bij de oprichtingsovereenkomst of bij overeenkomst met het samenwerkingsverband de bevoegdheid is toegekend. De verplichting van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/351" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 351, eerste lid, derde zin</a>, geldt ook voor de leden van het samenwerkingsverband.
4. De in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde bescheiden van een Europees economisch samenwerkingsverband moeten zijn voorzien van een toelichting en vormen daarmee te zamen de jaarrekening. Deze moet zodanig zijn ingericht, dat zij volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht geeft, dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voorzover mogelijk, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van het samenwerkingsverband. De jaarrekening dient voorts een getrouw, duidelijk en stelselmatig beeld te verschaffen van de financiële toestand van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband laat de jaarrekening onderzoeken door een deskundige als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>. De opdracht tot het onderzoek wordt verleend door en het verslag omtrent het onderzoek wordt uitgebracht aan de gezamenlijk handelende leden van het samenwerkingsverband.
2. <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> Titel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>is op de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon van toepassing met uitzondering van de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 11</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">18</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 vierde lid, eerste zin</a>, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">21 eerste lid onder b en c.</a>De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/138" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 138</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/149" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">149 van dat boek</a>zijn op die rechtspersoon van overeenkomstige toepassing.
3. De bepalingen van <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Titel 8, Afdeling 2, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van toepassing, dan wel van overeenkomstige toepassing op een Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in Nederland. Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/345" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 345</a>betreffende een zodanig samenwerkingsverband zijn bevoegd de leden van het samenwerkingsverband, een vereniging van werknemers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/347" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 347</a>, alsmede degenen aan wie daartoe bij de oprichtingsovereenkomst of bij overeenkomst met het samenwerkingsverband de bevoegdheid is toegekend. De verplichting van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/351" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 351, eerste lid, derde zin</a>, geldt ook voor de leden van het samenwerkingsverband.
4. De in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde bescheiden van een Europees economisch samenwerkingsverband moeten zijn voorzien van een toelichting en vormen daarmee te zamen de jaarrekening. Deze moet zodanig zijn ingericht, dat zij volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht geeft, dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voorzover mogelijk, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van het samenwerkingsverband. De jaarrekening dient voorts een getrouw, duidelijk en stelselmatig beeld te verschaffen van de financiële toestand van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband laat de jaarrekening onderzoeken door een deskundige als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>. De opdracht tot het onderzoek wordt verleend door en het verslag omtrent het onderzoek wordt uitgebracht aan de gezamenlijk handelende leden van het samenwerkingsverband.