BWBR0004568
Geldig vanaf 1989-06-17
Artikel 3
Besluit instelling adviescommissie opleiding intensieve verpleging
1. Tot lid van de commissie worden benoemd:
a. de heer O. Tan, tevens voorzitter, op voordracht van het Academisch ziekenhuis te Utrecht;
b. de heer E. W. J. A. Kiebert, op voordracht van de Nationale Ziekenhuisraad;
c. de heer F. W. M. Lindsen, op voordracht van de Vereniging van Opleidingsinstituten voor Verplegende en Verzorgende Beroepen;
d. de heer A. de Jonge, op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care;
e. de heer H. B. J. Barends, op voordracht van de Overleggroep hoofden opleidingen Academische Ziekenhuizen;
f. mevrouw J. Hoogeveen, op voordracht van de verpleegkundige Adviesraad van de Nederlandse Hartstichting;
g. de heer Th. Swinkels, op voordracht van de Nederlandse Maatschappij voor Verpleegkunde;
h. de heer J. M. van de Burg, op voordracht van de Vereniging Abvo Kabo (bond van ambtenaren en van personeel in de gezondheidszorg, het welzijnswerk en de sociale werkvoorziening);
i. de heer J. van Schijndel, op voordracht van de Christelijke Federatie Overheidspersoneel;
2. Tot adviserend lid van de commissie wordt benoemd de heer H. Fortrie, werkzaam bij de Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid.
3. Tot secretaris van de commissie wordt benoemd mevrouw mr. M. H. Ruseler-Meijs, werkzaam bij de hoofdafdeling Verplegende en Verzorgende Beroepen en Opleidingen van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
4. Op verzoek van de commissie kunnen ook andere personen dan de personen, genoemd in het eerste tot en met derde lid, de vergaderingen van de commissie bijwonen.
a. de heer O. Tan, tevens voorzitter, op voordracht van het Academisch ziekenhuis te Utrecht;
b. de heer E. W. J. A. Kiebert, op voordracht van de Nationale Ziekenhuisraad;
c. de heer F. W. M. Lindsen, op voordracht van de Vereniging van Opleidingsinstituten voor Verplegende en Verzorgende Beroepen;
d. de heer A. de Jonge, op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care;
e. de heer H. B. J. Barends, op voordracht van de Overleggroep hoofden opleidingen Academische Ziekenhuizen;
f. mevrouw J. Hoogeveen, op voordracht van de verpleegkundige Adviesraad van de Nederlandse Hartstichting;
g. de heer Th. Swinkels, op voordracht van de Nederlandse Maatschappij voor Verpleegkunde;
h. de heer J. M. van de Burg, op voordracht van de Vereniging Abvo Kabo (bond van ambtenaren en van personeel in de gezondheidszorg, het welzijnswerk en de sociale werkvoorziening);
i. de heer J. van Schijndel, op voordracht van de Christelijke Federatie Overheidspersoneel;
2. Tot adviserend lid van de commissie wordt benoemd de heer H. Fortrie, werkzaam bij de Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid.
3. Tot secretaris van de commissie wordt benoemd mevrouw mr. M. H. Ruseler-Meijs, werkzaam bij de hoofdafdeling Verplegende en Verzorgende Beroepen en Opleidingen van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
4. Op verzoek van de commissie kunnen ook andere personen dan de personen, genoemd in het eerste tot en met derde lid, de vergaderingen van de commissie bijwonen.