BWBR0004530
Geldig vanaf 1989-05-01
Artikel 34
Douane-regeling hoofdkwartier AFCENT
1. Ingevolge artikel XI, vijfde lid, van het NAVO-Statusverdrag in verbinding met het Hoofdkwartierenprotocol kunnen AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan, met uitzondering van personen met de Nederlandse nationaliteit, bij gelegenheid van hun eerste aankomst hier te lande om dienst te gaan doen of bij aankomst van een of meer van hun gezinsleden die zich bij hen komen voegen, hun verhuisgoed en persoonlijke bezittingen met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen invoeren voor de duur van hun verblijf hier te lande als personeelslid van AFCENT of als gezinslid daarvan. Als verhuisgoed en persoonlijke bezittingen worden voor de toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk beschouwd de nieuwe en gebruikte goederen die voor de vestiging in Nederland reeds deel uitmaakten van de inboedel van de betrokkene, met uitzondering van privé-motorrijtuigen.
2. De invoer van in eigendom toebehorende motorrijtuigen met voorwaardelijke vrijstelling van belasting geschiedt op de voet van hoofdstuk VIIvan deze regeling.
3. Personen met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een op 20 juni 1953 door de regeringen van de Benelux-landen vóór de bekrachtiging van het Hoofdkwartierenprotocol ondertekende gezamenlijke verklaring (Trb. 1953, 70).
2. De invoer van in eigendom toebehorende motorrijtuigen met voorwaardelijke vrijstelling van belasting geschiedt op de voet van hoofdstuk VIIvan deze regeling.
3. Personen met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een op 20 juni 1953 door de regeringen van de Benelux-landen vóór de bekrachtiging van het Hoofdkwartierenprotocol ondertekende gezamenlijke verklaring (Trb. 1953, 70).