BWBR0004521
Geldig vanaf 1989-04-08
Artikel 6
Beschikking terugbetaling ingehouden medeverantwoordelijksheidsheffing granen
1. Tegen de beschikking van de directeur genomen op grond van artikel 4, tweede lid, kan de natuurlijke of rechtspersoon, die door die beslissing rechtstreeks in zijn belang is getroffen een bezwaarschrift indienen bij de minister.
2. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 30 dagen.
3. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beschikking van de directeur is verzonden of uitgereikt.
4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijkheidsverklaring op die grond achterwege indien de betrokkene aantoont dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
5. Het bezwaar schorst niet de werking van de beschikking van de directeur waartegen het gericht is.
6. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. dagtekening van het bezwaarschrift;
c. een omschrijving, met vermelding van kenmerk en datum, van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt, zo mogelijk door medezending van een kopie van de beschikking.
d. de gronden voor het bezwaar.
7. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid kan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad binnen een door of vanwege de minister gestelde termijn het verzuim te herstellen.
2. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 30 dagen.
3. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beschikking van de directeur is verzonden of uitgereikt.
4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijkheidsverklaring op die grond achterwege indien de betrokkene aantoont dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
5. Het bezwaar schorst niet de werking van de beschikking van de directeur waartegen het gericht is.
6. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. dagtekening van het bezwaarschrift;
c. een omschrijving, met vermelding van kenmerk en datum, van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt, zo mogelijk door medezending van een kopie van de beschikking.
d. de gronden voor het bezwaar.
7. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid kan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad binnen een door of vanwege de minister gestelde termijn het verzuim te herstellen.