BWBR0004499
Geldig vanaf 1989-03-09
Artikel 2
Instellingsbeschikking programmacommissie determinanten van gezondheid
De programmacommissie is verantwoordelijk voor:
a. het opstellen in hoofdlijnen van een onderzoeksprogramma betreffende de determinanten van gezondheid;
b. het aanbieden van dit programma en begrotingsvoorstel uiterlijk zes maanden na in werking treden van dit besluit aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
c. het uitwerken van dit onderzoeksprogramma in concrete onderzoeksprojecten;
d. het zorgdragen voor de uitvoering van het door de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur goedgekeurde onderzoeksprogramma;
e. het aangeven van de middelen die voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn;
f. het zorgdragen voor begeleiding van en het toezicht houden op de voortgang van de uitvoering van de projecten van het door de minister goedgekeurde onderzoeksprogramma en het bestedingsplan op jaarbasis;
g. het uitvoeren van een evaluatie van het onderzoeksprogramma na het derde jaar en bij beëindiging van het onderzoeksprogramma;
h. het jaarlijks vóór 1 september uitbrengen van een overzicht aan de minister over de stand van zaken ten aanzien van het uit te voeren onderzoeksprogramma en de daartoe noodzakelijke financiële middelen. In dit overzicht zijn tevens opgenomen voorstellen voor aanpassing van het onderzoeksprogramma en aanbevelingen op basis van de conclusies van uitgevoerd onderzoek.
a. het opstellen in hoofdlijnen van een onderzoeksprogramma betreffende de determinanten van gezondheid;
b. het aanbieden van dit programma en begrotingsvoorstel uiterlijk zes maanden na in werking treden van dit besluit aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
c. het uitwerken van dit onderzoeksprogramma in concrete onderzoeksprojecten;
d. het zorgdragen voor de uitvoering van het door de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur goedgekeurde onderzoeksprogramma;
e. het aangeven van de middelen die voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn;
f. het zorgdragen voor begeleiding van en het toezicht houden op de voortgang van de uitvoering van de projecten van het door de minister goedgekeurde onderzoeksprogramma en het bestedingsplan op jaarbasis;
g. het uitvoeren van een evaluatie van het onderzoeksprogramma na het derde jaar en bij beëindiging van het onderzoeksprogramma;
h. het jaarlijks vóór 1 september uitbrengen van een overzicht aan de minister over de stand van zaken ten aanzien van het uit te voeren onderzoeksprogramma en de daartoe noodzakelijke financiële middelen. In dit overzicht zijn tevens opgenomen voorstellen voor aanpassing van het onderzoeksprogramma en aanbevelingen op basis van de conclusies van uitgevoerd onderzoek.