BWBR0004472
Geldig vanaf 1989-02-16
Artikel 2
Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen
De kapitein is verplicht een voorval waarbij het schip is betrokken onverwijld te melden, wanneer dit voorval met zich meebrengt:
a. dat olie of schadelijke vloeistoffen boven de toegestane lozingshoeveelheden in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd, ongeacht de reden daarvan, daaronder begrepen lozingen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het schip zeker te stellen of mensenlevens op zee te redden;
b. dat schadelijke stoffen in verpakte vorm in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd;
c. dat er ten gevolge van de bedrijfsvoering aan boord van het schip olie of schadelijke vloeistoffen in zee worden geloosd, die de toegestane lozingshoeveelheden van die stoffen, dan wel de lozingssnelheden geldend voor die stoffen, te boven gaan; of
d. dat er schade, een storing of een defect ontstaat aan een schip met een lengte van vijftien meter of meer en waarbij: 1°. de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of
2°. de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.
1°. de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of
2°. de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.
a. dat olie of schadelijke vloeistoffen boven de toegestane lozingshoeveelheden in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd, ongeacht de reden daarvan, daaronder begrepen lozingen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het schip zeker te stellen of mensenlevens op zee te redden;
b. dat schadelijke stoffen in verpakte vorm in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd;
c. dat er ten gevolge van de bedrijfsvoering aan boord van het schip olie of schadelijke vloeistoffen in zee worden geloosd, die de toegestane lozingshoeveelheden van die stoffen, dan wel de lozingssnelheden geldend voor die stoffen, te boven gaan; of
d. dat er schade, een storing of een defect ontstaat aan een schip met een lengte van vijftien meter of meer en waarbij: 1°. de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of
2°. de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.
1°. de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of
2°. de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.