BWBR0004469
Geldig vanaf 1998-12-09
Artikel 8c
Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen
1. Een vuilnisjournaal is aan boord van:
elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt;
elk schip dat zich buiten het Antarctisch gebied bevindt en een tonnage van 400 of meer heeft of waarmee 15 of meer personen mogen worden vervoerd.
2. Het vuilnisjournaal is ingericht overeenkomstig het model als aangegeven in het Aanhangsel van Bijlage V van het Verdrag.
3. Van elke lozing of volledige verbranding van vuilnis wordt op de datum van de lozing of de verbranding melding gemaakt in het vuilnisjournaal, onder vermelding van:
a. de datum en het tijdstip waarop de lozing of verbranding geschiedde;
b. de positie van het schip ten tijde van de lozing of verbranding; en
c. een omschrijving van het geloosde of verbrande vuilnis, tezamen met een schatting van de hoeveelheid daarvan.
De aantekening wordt in de Nederlandse en in de Engelse taal gesteld.
4. Elke aantekening in het vuilnisjournaal wordt ondertekend door de officier, belast met het toezicht op de betreffende handeling. Elke ingevulde bladzijde van het vuilnisjournaal wordt ondertekend door de kapitein.
5. Het vuilnisjournaal wordt op een zodanige plaats aan boord bewaard dat het binnen een redelijke tijd beschikbaar is voor onderzoek door de daartoe bevoegde autoriteit. Het vuilnisjournaal wordt gedurende een periode van twee jaar na dagtekening van de laatste aantekening bewaard.
6. Indien een lozing als bedoeld in artikel 6plaatsvindt, wordt in het vuilnisjournaal melding gemaakt van de omstandigheden waaronder en de redenen waarom de lozing geschiedde.
elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt;
elk schip dat zich buiten het Antarctisch gebied bevindt en een tonnage van 400 of meer heeft of waarmee 15 of meer personen mogen worden vervoerd.
2. Het vuilnisjournaal is ingericht overeenkomstig het model als aangegeven in het Aanhangsel van Bijlage V van het Verdrag.
3. Van elke lozing of volledige verbranding van vuilnis wordt op de datum van de lozing of de verbranding melding gemaakt in het vuilnisjournaal, onder vermelding van:
a. de datum en het tijdstip waarop de lozing of verbranding geschiedde;
b. de positie van het schip ten tijde van de lozing of verbranding; en
c. een omschrijving van het geloosde of verbrande vuilnis, tezamen met een schatting van de hoeveelheid daarvan.
De aantekening wordt in de Nederlandse en in de Engelse taal gesteld.
4. Elke aantekening in het vuilnisjournaal wordt ondertekend door de officier, belast met het toezicht op de betreffende handeling. Elke ingevulde bladzijde van het vuilnisjournaal wordt ondertekend door de kapitein.
5. Het vuilnisjournaal wordt op een zodanige plaats aan boord bewaard dat het binnen een redelijke tijd beschikbaar is voor onderzoek door de daartoe bevoegde autoriteit. Het vuilnisjournaal wordt gedurende een periode van twee jaar na dagtekening van de laatste aantekening bewaard.
6. Indien een lozing als bedoeld in artikel 6plaatsvindt, wordt in het vuilnisjournaal melding gemaakt van de omstandigheden waaronder en de redenen waarom de lozing geschiedde.