BWBR0004461
Geldig vanaf 1989-01-08
Artikel 3
Geschillenbeslechtingsprocedure
Het college van deskundigen onderzoekt het geschil mede aan de hand van de volgende door de Raad van de Europese Gemeenschappen (Raadsnotulen van de 578e zitting op 8 mei 1979, nr. Comv. COM (77) 686 def. R/3245/77) vastgelegde criteria:
a. de feitelijke hoeveelheid lading en de vooruitzichten op groei ervan op de vervoerroute of -routes waarop de conference werkzaam is;
b. de verhouding tussen de beschikbare tonnage en de feitelijke en te verwachten hoeveelheid lading op de vervoerroute of -routes waarop de conference werkzaam is;
c. het te verwachten effect dat de toelating van de scheepvaartonderneming tot de conference zal hebben op de doelmatigheid en kwaliteit van de diensten door de conference;
d. de huidige deelneming van de aanvrager aan het vervoer op dezelfde vervoerroute of op concurrerende vervoerroutes in of buiten het kader van de conference waarvan het lidmaatschap wordt gewenst;
e. de verenigbaarheid van de grondslagen van de bedrijfsvoering van de aanvrager met die, welke overeenkomstig de beginselen van de markteconomie ingang hebben gevonden;
f. het gedeelte van het betrokken vervoer dat door regelmatige gebruikmaking van gehuurde schepen wordt of zal worden verricht door de nationale ondernemingen.
a. de feitelijke hoeveelheid lading en de vooruitzichten op groei ervan op de vervoerroute of -routes waarop de conference werkzaam is;
b. de verhouding tussen de beschikbare tonnage en de feitelijke en te verwachten hoeveelheid lading op de vervoerroute of -routes waarop de conference werkzaam is;
c. het te verwachten effect dat de toelating van de scheepvaartonderneming tot de conference zal hebben op de doelmatigheid en kwaliteit van de diensten door de conference;
d. de huidige deelneming van de aanvrager aan het vervoer op dezelfde vervoerroute of op concurrerende vervoerroutes in of buiten het kader van de conference waarvan het lidmaatschap wordt gewenst;
e. de verenigbaarheid van de grondslagen van de bedrijfsvoering van de aanvrager met die, welke overeenkomstig de beginselen van de markteconomie ingang hebben gevonden;
f. het gedeelte van het betrokken vervoer dat door regelmatige gebruikmaking van gehuurde schepen wordt of zal worden verricht door de nationale ondernemingen.