BWBR0004457
Geldig vanaf 1989-01-01
Artikel 13
Besluit aanwijzing categorieën zendinrichtingen en vaststelling toelatingscriteria
Geen machtiging is vereist voor de navolgende categorieën zendinrichtingen als bedoeld in artikel E.1 van het Besluit radio elektrische inrichtingen;
a. telemetrie;
b. radio-alarmering en radiobeveiliging;
c. Afstandbesturing, waaronder zendinrichtingen voor het besturen of bedienen van speelgoed of modellen van vaar-, voer- en luchtvaartuigen (modelbesturing);
d. mini hoogfrequent oproepinrichtingen;
e. draadloze microfonen;
f. zendinrichtingen bestemd voor spraakoverdracht over korte afstanden in de prive-sfeer;
g. zendinrichtingen die functioneren volgens het inductieve principe met een of meer horizontaal gelegen ringleidingen;
h. randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telefoondienst voor de functie koordloos telefoneren en daarvoor is goedgekeurd;
i. randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de autotelefoondienst en daarvoor is goedgekeurd;
j. zendinrichtingen voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (MARC);
k. mobiele VHF/UHF radiotelefonen voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk, dat deel is van een gemachtigd radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing (trunkinginstallatie);
l. randapparatuur, bestemd voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, die daarvoor is goedgekeurd, met uitzondering van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
m. zendinrichtingen voor digitale Europese koordloze telecommunicatie in de frequentieband van 1880–1900 MHz (DECT apparatuur) alsmede in andere frequentiebanden werkende RLANS en HIPERLANS.
a. telemetrie;
b. radio-alarmering en radiobeveiliging;
c. Afstandbesturing, waaronder zendinrichtingen voor het besturen of bedienen van speelgoed of modellen van vaar-, voer- en luchtvaartuigen (modelbesturing);
d. mini hoogfrequent oproepinrichtingen;
e. draadloze microfonen;
f. zendinrichtingen bestemd voor spraakoverdracht over korte afstanden in de prive-sfeer;
g. zendinrichtingen die functioneren volgens het inductieve principe met een of meer horizontaal gelegen ringleidingen;
h. randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telefoondienst voor de functie koordloos telefoneren en daarvoor is goedgekeurd;
i. randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de autotelefoondienst en daarvoor is goedgekeurd;
j. zendinrichtingen voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (MARC);
k. mobiele VHF/UHF radiotelefonen voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk, dat deel is van een gemachtigd radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing (trunkinginstallatie);
l. randapparatuur, bestemd voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, die daarvoor is goedgekeurd, met uitzondering van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
m. zendinrichtingen voor digitale Europese koordloze telecommunicatie in de frequentieband van 1880–1900 MHz (DECT apparatuur) alsmede in andere frequentiebanden werkende RLANS en HIPERLANS.