BWBR0004448
Geldig vanaf 1989-01-01
Artikel 2
Besluit brievenbussen
1. De vorm en de kleur van de brievenbussen moeten zodanig zijn, dat verwarring met voor het publiek bestande brievenbussen van de houder van de concessie niet mogelijk is.
2. De brievengleuf dient horizontaal in de vertikaal vlak of in het bovenvlak van de brievenbus te zijn aangebracht en dient zich bij voorkeur te bevinden 1,1 meter boven het niveau, waarop de brievenbus wordt bediend, maar in geen geval lager dan 0,6 meter dan wel hoger dan 1,8 meter.
3. De afmetingen van de vrije ionwerpopening dienen in de lengte ten minste 265 mm te bedragen en in de breedte 32 mm.
4. De inwerpopening dient zo te zijn uitgevoerd, dat het bedienen van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden
5. Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd voor de bewaring van postzendingen, dan dient de inwendig bruikbare breedte ten minste 270 mm te bedragen en de twee andere inwendige bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm.
2. De brievengleuf dient horizontaal in de vertikaal vlak of in het bovenvlak van de brievenbus te zijn aangebracht en dient zich bij voorkeur te bevinden 1,1 meter boven het niveau, waarop de brievenbus wordt bediend, maar in geen geval lager dan 0,6 meter dan wel hoger dan 1,8 meter.
3. De afmetingen van de vrije ionwerpopening dienen in de lengte ten minste 265 mm te bedragen en in de breedte 32 mm.
4. De inwerpopening dient zo te zijn uitgevoerd, dat het bedienen van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden
5. Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd voor de bewaring van postzendingen, dan dient de inwendig bruikbare breedte ten minste 270 mm te bedragen en de twee andere inwendige bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm.