BWBR0004447
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 7
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
1. Ten behoeve van de beslissing op bezwaar tegen een besluit, inhoudende de afwijzing van een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan alsmede de intrekking van een beginseltoestemming wint Onze Minister, onder overlegging van de op de zaak betrekking hebbende bescheiden, schriftelijk advies in van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 7:13, tweede tot en met zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is van overeenkomstige toepassing.
2. Door de Raad opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen desverkiezend een vergoeding uit de openbare kas, door de voorzitter van de Raad te begroten overeenkomstig het bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0028899" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet griffierechten burgerlijke zaken</a>bepaalde.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing:
a. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot afwijzing van het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming op grond van artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen;
b. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming voor een duur korter dan vier jaren en artikel 3, eerste lid, tweede volzin, van toepassing is, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen.
2. Door de Raad opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen desverkiezend een vergoeding uit de openbare kas, door de voorzitter van de Raad te begroten overeenkomstig het bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0028899" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet griffierechten burgerlijke zaken</a>bepaalde.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing:
a. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot afwijzing van het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming op grond van artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen;
b. indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit tot verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming voor een duur korter dan vier jaren en artikel 3, eerste lid, tweede volzin, van toepassing is, en de aspirant-adoptiefouders zich bij het bezwaar niet op bijzondere omstandigheden hebben beroepen.