BWBR0004400
Geldig vanaf 1988-09-21
Artikel 3
Wet NV SDU
1. Gehele of gedeeltelijke vervreemding van de deelneming door de Staat in het kapitaal van de NV SDU vindt niet eerder plaats dan veertien dagen nadat van het voornemen daartoe schriftelijk mededeling is gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
2. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn door een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over de voorgenomen vervreemding, zal de vervreemding niet eerder plaatsvinden dan nadat deze inlichtingen zijn verstrekt.
3. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn of binnen veertien dagen nadat de in het tweede lid bedoelde inlichtingen zijn ontvangen door een der Kamers als haar oordeel wordt uitgesproken dat de voorgenomen vervreemding een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft, zal de vervreemding eerst plaatsvinden na die machtiging.
2. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn door een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over de voorgenomen vervreemding, zal de vervreemding niet eerder plaatsvinden dan nadat deze inlichtingen zijn verstrekt.
3. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn of binnen veertien dagen nadat de in het tweede lid bedoelde inlichtingen zijn ontvangen door een der Kamers als haar oordeel wordt uitgesproken dat de voorgenomen vervreemding een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft, zal de vervreemding eerst plaatsvinden na die machtiging.