BWBR0004394
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 6
Voorschriftenbesluit registerloodsen
1. De registerloods loodst een schip op loodsplichtige scheepvaartwegen totdat de loodsreis is beëindigd.
2. De loodsreis is binnen de loodsplichtige scheepvaartwegen beëindigd wanneer:
a. het schip de plaats heeft bereikt waar de registerloods het naar toe moet loodsen;
b. het schip langer dan twee uren de reis onderbreekt, tenzij de bevoegde autoriteit mededeelt dat het aan boord blijven van de registerloods noodzakelijk is; of
c. de registerloods door een andere registerloods is afgelost met inachtneming van artikel 7.
3. Indien de verkeersdeelnemer de adviezen van de registerloods niet opvolgt en de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving daardoor naar het oordeel van de registerloods gevaar loopt, wijst hij de verkeersdeelnemer, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft hij zijn functie zo goed mogelijk uitoefenen.
4. De registerloods mag zijn diensten als loods weigeren, indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving. Hij doet hiervan melding op de wijze, zoals bepaald in artikel 4, en pleegt overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Zodra het betreffende schip ondanks de weigering van de loods toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de loods zijn functie zo goed mogelijk uit.
2. De loodsreis is binnen de loodsplichtige scheepvaartwegen beëindigd wanneer:
a. het schip de plaats heeft bereikt waar de registerloods het naar toe moet loodsen;
b. het schip langer dan twee uren de reis onderbreekt, tenzij de bevoegde autoriteit mededeelt dat het aan boord blijven van de registerloods noodzakelijk is; of
c. de registerloods door een andere registerloods is afgelost met inachtneming van artikel 7.
3. Indien de verkeersdeelnemer de adviezen van de registerloods niet opvolgt en de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving daardoor naar het oordeel van de registerloods gevaar loopt, wijst hij de verkeersdeelnemer, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft hij zijn functie zo goed mogelijk uitoefenen.
4. De registerloods mag zijn diensten als loods weigeren, indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving. Hij doet hiervan melding op de wijze, zoals bepaald in artikel 4, en pleegt overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Zodra het betreffende schip ondanks de weigering van de loods toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de loods zijn functie zo goed mogelijk uit.