BWBR0004369
Geldig vanaf 1988-08-06
Artikel 7
Privacy-reglement registratie vrijwillige plaatsing jeugdhulpverlening
1. Eigener beweging verstrekt de houder persoonsgegevens uit de registratie uitsluitend aan:
a. ambtenaren van de centrale directie Financiële en Economische Zaken, van de directie Jeugdbeleid en van de Inspectie Jeugdhulpverlening van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. ambtenaren van het bureau Financieel-Economische Aangelegenheden van de directie Jeugdbeleid van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
c. de plaatsende instantie.
d. De Raad voor de Kinderbescherming, welke de alimentatie ontvangt.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 9, kan de houder op verzoek persoonsgegevens uit de registratie uitsluitend verstrekken aan:
a. districtskantoren van de Sociale Verzekeringsbank;
b. Raden voor de kinderbescherming;
c. Gemeentelijke Sociale Diensten, voor zover ze die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun publiekrechtelijke taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad; en
d. wetenschappelijke onderzoekers, voor zover zij aan de houder genoegzaam aantonen, dat zij voor hun onderzoek niet kunnen volstaan met statistische gegevens als bedoeld in artikel 8.
3. Personen en instanties die op grond van het eerste en het tweede lid de beschikking hebben gekregen over persoonsgegevens uit de registratie, mogen deze niet aan derden ter beschikking of ter inzage geven en zijn verplicht deze uiterlijk vijf jaren na ontvangst te vernietigen.
4. Van het verstrekken van persoonsgegevens op grond van het tweede lid wordt door de houder aantekening gehouden in een daartoe bestemd register.
a. ambtenaren van de centrale directie Financiële en Economische Zaken, van de directie Jeugdbeleid en van de Inspectie Jeugdhulpverlening van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. ambtenaren van het bureau Financieel-Economische Aangelegenheden van de directie Jeugdbeleid van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
c. de plaatsende instantie.
d. De Raad voor de Kinderbescherming, welke de alimentatie ontvangt.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 9, kan de houder op verzoek persoonsgegevens uit de registratie uitsluitend verstrekken aan:
a. districtskantoren van de Sociale Verzekeringsbank;
b. Raden voor de kinderbescherming;
c. Gemeentelijke Sociale Diensten, voor zover ze die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun publiekrechtelijke taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad; en
d. wetenschappelijke onderzoekers, voor zover zij aan de houder genoegzaam aantonen, dat zij voor hun onderzoek niet kunnen volstaan met statistische gegevens als bedoeld in artikel 8.
3. Personen en instanties die op grond van het eerste en het tweede lid de beschikking hebben gekregen over persoonsgegevens uit de registratie, mogen deze niet aan derden ter beschikking of ter inzage geven en zijn verplicht deze uiterlijk vijf jaren na ontvangst te vernietigen.
4. Van het verstrekken van persoonsgegevens op grond van het tweede lid wordt door de houder aantekening gehouden in een daartoe bestemd register.