BWBR0004358
Geldig vanaf 1988-07-01
Artikel 6
Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988
1. Ter zake van de levering van granen bestemd voor zaaidoeleinden die overeenkomstig Richtlijn 66/402/EEG(Pb. EG L 125 rectificatie L 229) van de Raad van de Europese Gemeenschappen worden gecertificeerd en als zaaigoed worden verkocht, is de heffing alsmede de extra-heffing als bedoeld in de artikellen 2 tot en met 4 niet verschuldigd voor een door toepassing van een coëfficiënt te bepalen forfaitaire hoeveelheid.
2. Het hoofdproduktschap stelt voor de aanvang van ieder verkoopseizoen de in het eerste lid bedoelde coëfficient vast per graansoort op basis van de verhouding tussen de hoeveelheid gecertificeerd zaaigoed die is verkocht en de hoeveelheid die op basis van een vermeerderingscontract is gekocht.
3. Ter zake van de verkoop door de producent van gehakselde maiskolven, die geoogst zijn met het oog op het inkuilen daarvan op een landbouwbedrijf, is de heffing alsmede de extra-heffing als bedoeld in de artikelen 2tot en met 4niet verschuldigd.
2. Het hoofdproduktschap stelt voor de aanvang van ieder verkoopseizoen de in het eerste lid bedoelde coëfficient vast per graansoort op basis van de verhouding tussen de hoeveelheid gecertificeerd zaaigoed die is verkocht en de hoeveelheid die op basis van een vermeerderingscontract is gekocht.
3. Ter zake van de verkoop door de producent van gehakselde maiskolven, die geoogst zijn met het oog op het inkuilen daarvan op een landbouwbedrijf, is de heffing alsmede de extra-heffing als bedoeld in de artikelen 2tot en met 4niet verschuldigd.