Artikel 1
De in artikel 52 van de Diergeneesmiddelenwetbedoelde ambtenaren zijn bevoegd om bij runderen, varkens, schapen, geiten, eenhoevigen, pluimvee, tamme konijnen, wilde dieren en wilde herkauwers, voor zover zij op een bedrijf worden gehouden, monsters te nemen van lichaamsvloeistoffen en uitscheidingsproducten, alsmede om van aquicultuurdieren en het vangstwater monsters te nemen.