BWBR0004302
Geldig vanaf 2020-10-01
Artikel 5c
Tabaks- en rookwarenwet
1. De rechtbank Rotterdam is bij uitsluiting bevoegd tot kennisneming van vorderingen als bedoeld in artikel 5b.
2. De in artikel 5bbedoelde rechtspersonen hebben de bevoegdheden, geregeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/285" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 285</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/376" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">376 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>; artikel <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/379" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">379 van dat wetboek</a>is niet van toepassing.
3. Op vordering van de eiser kan aan de uitspraak worden verbonden:
a. een verbod van de reclame of de sponsoring;
b. een gebod tot het verwijderen of doen verwijderen, dan wel tot het wijzigen of doen wijzigen, van de reclame of de sponsoring;
c. een veroordeling tot het openbaar maken of laten openbaar maken van de uitspraak, zulks op door de rechter te bepalen wijze en op kosten van de door de rechter aan te geven partij of partijen.
4. De rechter kan in zijn uitspraak aangeven op welke wijze de inbreuk op artikel 5of 5awordt weggenomen.
5. Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in het derde lid bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door de rechtbank Rotterdam beslist.
2. De in artikel 5bbedoelde rechtspersonen hebben de bevoegdheden, geregeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/285" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 285</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/376" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">376 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>; artikel <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/379" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">379 van dat wetboek</a>is niet van toepassing.
3. Op vordering van de eiser kan aan de uitspraak worden verbonden:
a. een verbod van de reclame of de sponsoring;
b. een gebod tot het verwijderen of doen verwijderen, dan wel tot het wijzigen of doen wijzigen, van de reclame of de sponsoring;
c. een veroordeling tot het openbaar maken of laten openbaar maken van de uitspraak, zulks op door de rechter te bepalen wijze en op kosten van de door de rechter aan te geven partij of partijen.
4. De rechter kan in zijn uitspraak aangeven op welke wijze de inbreuk op artikel 5of 5awordt weggenomen.
5. Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in het derde lid bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door de rechtbank Rotterdam beslist.