BWBR0004301
Geldig vanaf 1988-04-21
Artikel 5
Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf
1. De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dat lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de Bedrijfsorganisatieaan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.
3. De Raad kan, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven die over het jaar 1987 heffing verschuldigd waren, een heffing opleggen volgens dezelfde maatstaven als in voormeld jaar werd toegepast. De verordening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als in het vorige lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126, 127en 127a van de Wet op de Bedrijfsorganisatievan overeenkomstige toepassing.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de Bedrijfsorganisatieaan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.
3. De Raad kan, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven die over het jaar 1987 heffing verschuldigd waren, een heffing opleggen volgens dezelfde maatstaven als in voormeld jaar werd toegepast. De verordening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als in het vorige lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126, 127en 127a van de Wet op de Bedrijfsorganisatievan overeenkomstige toepassing.