BWBR0004294
Geldig vanaf 1988-03-01
Artikel 1
Besluit spoorwegbruggen
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. brug: een brug over water, gelegen in een spoorweg waarop voorschriften, gegeven bij of krachtens de Spoorwegwet of de Locaalspoor- en Tramwegwet van toepassing zijn, en die uitsluitend of in hoofdzaak voor het verkeer over die spoorweg dient, met inbegrip van de voor dat verkeer noodzakelijke installaties en van de bij die brug behorende beschermingswerken;
c. vaartuig: elk voorwerp, hoe ook genaamd en van welke aard ook, bestemd of in staat tot verplaatsing te water, waarbij voor de toepassing van dit reglement een samenstel van vaartuigen als sleep, als duwstel of anderszins met een vaartuig gelijk wordt gesteld:
d. brugwachter: degene die als personeelslid van de spoorwegdienst of uit anderen hoofde belast is met het bedienen van een beweegbare brug, zomede degene die hem daarbij helpt;
e. schipper: degene die een vaartuig voert;
f. des daags: de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;
g. des nachts: de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang.
2. Indien een brug uit één of meer vaste overspanningen en één of meer beweegbare gedeelten bestaat, wordt voor de toepassing van dit besluit onder een beweegbare brug mede verstaan elk beweegbaar gedeelte van die brug.
3. Ten aanzien van spoorwegen onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam worden voor de naleving van dit besluit als bestuurders, bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet, aangemerkt zij, die door dit publiekrechtelijk lichaam aan het hoofd van de spoorweg zijn gesteld.
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. brug: een brug over water, gelegen in een spoorweg waarop voorschriften, gegeven bij of krachtens de Spoorwegwet of de Locaalspoor- en Tramwegwet van toepassing zijn, en die uitsluitend of in hoofdzaak voor het verkeer over die spoorweg dient, met inbegrip van de voor dat verkeer noodzakelijke installaties en van de bij die brug behorende beschermingswerken;
c. vaartuig: elk voorwerp, hoe ook genaamd en van welke aard ook, bestemd of in staat tot verplaatsing te water, waarbij voor de toepassing van dit reglement een samenstel van vaartuigen als sleep, als duwstel of anderszins met een vaartuig gelijk wordt gesteld:
d. brugwachter: degene die als personeelslid van de spoorwegdienst of uit anderen hoofde belast is met het bedienen van een beweegbare brug, zomede degene die hem daarbij helpt;
e. schipper: degene die een vaartuig voert;
f. des daags: de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;
g. des nachts: de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang.
2. Indien een brug uit één of meer vaste overspanningen en één of meer beweegbare gedeelten bestaat, wordt voor de toepassing van dit besluit onder een beweegbare brug mede verstaan elk beweegbaar gedeelte van die brug.
3. Ten aanzien van spoorwegen onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam worden voor de naleving van dit besluit als bestuurders, bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet, aangemerkt zij, die door dit publiekrechtelijk lichaam aan het hoofd van de spoorweg zijn gesteld.