BWBR0004233
Geldig vanaf 1987-12-01
Artikel 3
Besluit waarnemingstoelagen 1987
1. De ambtenaar voor wie het een onderdeel is van de eigen functie om als plaatsvervanger op te treden van degene wiens functie moet worden waargenomen, komt bij onvolledige waarneming van die functie niet in aanmerking voor een toelage als bedoeld in artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt de toelage, bedoeld in artikel 14 van meergenoemd bezoldigingsbesluit, bij waarneming welke geen volledige waarneming is, afhankelijk van de mate van onvolledigheid van de waarneming voor het bevoegd gezag vastgesteld op 50% of 75% van de toelage bij volledige waarneming in het desbetreffende geval.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt de toelage, bedoeld in artikel 14 van meergenoemd bezoldigingsbesluit, bij waarneming welke geen volledige waarneming is, afhankelijk van de mate van onvolledigheid van de waarneming voor het bevoegd gezag vastgesteld op 50% of 75% van de toelage bij volledige waarneming in het desbetreffende geval.