BWBR0004229
Geldig vanaf 1987-12-01
Artikel 2
Regeling bevoegdheid basisonderwijs voor buitenlandse diploma's
Aan de bezitter van een buiten Nederland behaald bewijs van bekwaamheid, waaraan in het land waarin dat bewijs is verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan kinderen tot en met 12 jaar, tenzij het betreft een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen die in het bezit is van een diploma als bedoeld in de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van tenminste drie jaar worden afgesloten (PbEG L 019), wordt voor bepaalde tijd de bevoegdheid verleend tot het geven van onderwijs, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijsaan basisscholen en tot het geven van onderwijs als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BESaan scholen indien:
a. de opleiding die ten grondslag ligt aan het bewijs van bekwaamheid voor wat betreft niveau en inhoud gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan de akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer, en
b. hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst, hetgeen blijkt uit het bezit van: het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd en waarbij de mondelinge vaardigheden (spreken en luisteren) zijn beoordeeld als zeer goed en de schriftelijke vaardigheden (schrijven en lezen) tenminste zijn beoordeeld als goed
een diploma v.w.o., h.a.v.o. of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of
een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België,
het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd en waarbij de mondelinge vaardigheden (spreken en luisteren) zijn beoordeeld als zeer goed en de schriftelijke vaardigheden (schrijven en lezen) tenminste zijn beoordeeld als goed
een diploma v.w.o., h.a.v.o. of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of
een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België,
a. de opleiding die ten grondslag ligt aan het bewijs van bekwaamheid voor wat betreft niveau en inhoud gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan de akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer, en
b. hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst, hetgeen blijkt uit het bezit van: het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd en waarbij de mondelinge vaardigheden (spreken en luisteren) zijn beoordeeld als zeer goed en de schriftelijke vaardigheden (schrijven en lezen) tenminste zijn beoordeeld als goed
een diploma v.w.o., h.a.v.o. of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of
een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België,
het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde taal’ waarvan de examens op het hoogste niveau (uitgebreide kennis) zijn afgelegd en waarbij de mondelinge vaardigheden (spreken en luisteren) zijn beoordeeld als zeer goed en de schriftelijke vaardigheden (schrijven en lezen) tenminste zijn beoordeeld als goed
een diploma v.w.o., h.a.v.o. of een diploma van een opleiding middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of
een daarmee vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België,