BWBR0004220
Geldig vanaf 2008-04-29
Artikel 1a
Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten
1. Op een verpakking als bedoeld in artikel 9.2.3.3, eerste lid, van de wetmoeten duidelijk en onuitwisbaar vermeld zijn:
a. de chemische namen van de stoffen waaruit het preparaat bestaat of de naam van het genetisch gemodificeerd organisme;
b. de naam en het adres van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde persoon die het preparaat of het genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking stelt of invoert;
c. de benaming van het gevaar of de gevaren van het preparaat, als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, met het bijbehorende symbool, onderscheidenlijk de bijbehorende symbolen, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien;
d. een verwijzing naar de bijzondere, aan het gebruik van het preparaat verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien;
e. veiligheidsaanbevelingen ter vermijding van de belangrijkste, aan het gebruik van het preparaat verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien.
2. Onze Ministers stellen tezamen nadere regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aanduidingen. Zij kunnen daarbij tevens bepalen dat door hen aan te geven verdere aanduidingen op een verpakking moeten zijn vermeld, of dat door hen aan te geven aanduidingen slechts in door hen aan te geven gevallen behoeven te zijn vermeld.
3. Aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onder a, c, d en e, en het tweede lid wordt geacht te zijn voldaan, indien een preparaat, opgenomen op een door Onze Ministers tezamen vastgestelde lijst van preparaten als bedoeld in artikel 9.2.3.1, is aangeduid op de wijze die in die lijst met betrekking tot dat preparaat is aangegeven.
a. de chemische namen van de stoffen waaruit het preparaat bestaat of de naam van het genetisch gemodificeerd organisme;
b. de naam en het adres van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde persoon die het preparaat of het genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking stelt of invoert;
c. de benaming van het gevaar of de gevaren van het preparaat, als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, met het bijbehorende symbool, onderscheidenlijk de bijbehorende symbolen, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien;
d. een verwijzing naar de bijzondere, aan het gebruik van het preparaat verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien;
e. veiligheidsaanbevelingen ter vermijding van de belangrijkste, aan het gebruik van het preparaat verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien.
2. Onze Ministers stellen tezamen nadere regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aanduidingen. Zij kunnen daarbij tevens bepalen dat door hen aan te geven verdere aanduidingen op een verpakking moeten zijn vermeld, of dat door hen aan te geven aanduidingen slechts in door hen aan te geven gevallen behoeven te zijn vermeld.
3. Aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onder a, c, d en e, en het tweede lid wordt geacht te zijn voldaan, indien een preparaat, opgenomen op een door Onze Ministers tezamen vastgestelde lijst van preparaten als bedoeld in artikel 9.2.3.1, is aangeduid op de wijze die in die lijst met betrekking tot dat preparaat is aangegeven.