BWBR0004210
Geldig vanaf 1987-09-08
Artikel 3
NAVO-binnenvliegregeling
1. Operationeel luchtverkeer dient de luchtverkeersvoorschriften vervat in de MIL AIP na te leven.
2. Indien de vlucht met inachtneming van de zichtvliegverkeersvoorschriften wordt uitgevoerd, dienen, onverminderd het onder het eerste lid gestelde, in het in te dienen vliegplan de posities, waar het vluchtinlichtingengebied Amsterdam wordt binnengevlogen en verlaten, alsmede de te volgen route te worden vermeld, terwijl bij het binnenvliegen en het verlaten van het vluchtinlichtingengebied Amsterdam door middel van de radio de positie aan het militaire luchtverkeersbeveiligingscentrum (MIL ATCC) moet worden gemeld;
3. Indien de vlucht met inachtneming van de instrumentvliegverkeersvoorschriften wordt uitgevoerd, dient onverminderd het onder het eerste lid gestelde, aan de hierna volgende voorschriften de hand te worden gehouden:
(a) Het aantal vluchten dat tussen 00.00 uur en 08.00 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam wordt uitgevoerd dient uiterlijk te 16.00 uur plaatselijke tijd van de voorafgaande dag bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. Uiterlijk één uur voor aanvang van de betreffende vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam dienen de vliegplannen bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(b) Vliegplannen van vluchten die tussen 08.00 uur ten 16.45 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam worden uitgevoerd dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de betreffende vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(c) Voor vluchten die tussen 16.45 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam worden uitgevoerd geldt de volgende regeling: (1) Voor vluchten op vliegniveau 195 of lager: De vliegplannen dienen uiterlijk te 12.00 uur plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdiensten te zijn ontvangen.
(2) Voor vluchten hoger dan vliegniveau 195: Het aantal vluchten dient uiterlijk te 12.00 plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. De vliegplannen dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(1) Voor vluchten op vliegniveau 195 of lager: De vliegplannen dienen uiterlijk te 12.00 uur plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdiensten te zijn ontvangen.
(2) Voor vluchten hoger dan vliegniveau 195: Het aantal vluchten dient uiterlijk te 12.00 plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. De vliegplannen dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(d) Tijdens de uitvoering van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam moet een tweezijdige radioverbinding worden onderhouden met de betrokken verkeersleidingsdienst waaraan de vereiste positiemeldingen moeten worden gedaan.
4. Ongeacht de meteorologische omstandigheden is vluchtuitvoering tevens volgens de instrumentvliegverkeersvoorschriften verplicht indien de vlucht wordt uitgevoerd boven vliegniveau 195 alsmede gedurende de periode tussen zonsondergang en zonsopgang.
2. Indien de vlucht met inachtneming van de zichtvliegverkeersvoorschriften wordt uitgevoerd, dienen, onverminderd het onder het eerste lid gestelde, in het in te dienen vliegplan de posities, waar het vluchtinlichtingengebied Amsterdam wordt binnengevlogen en verlaten, alsmede de te volgen route te worden vermeld, terwijl bij het binnenvliegen en het verlaten van het vluchtinlichtingengebied Amsterdam door middel van de radio de positie aan het militaire luchtverkeersbeveiligingscentrum (MIL ATCC) moet worden gemeld;
3. Indien de vlucht met inachtneming van de instrumentvliegverkeersvoorschriften wordt uitgevoerd, dient onverminderd het onder het eerste lid gestelde, aan de hierna volgende voorschriften de hand te worden gehouden:
(a) Het aantal vluchten dat tussen 00.00 uur en 08.00 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam wordt uitgevoerd dient uiterlijk te 16.00 uur plaatselijke tijd van de voorafgaande dag bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. Uiterlijk één uur voor aanvang van de betreffende vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam dienen de vliegplannen bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(b) Vliegplannen van vluchten die tussen 08.00 uur ten 16.45 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam worden uitgevoerd dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de betreffende vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(c) Voor vluchten die tussen 16.45 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam worden uitgevoerd geldt de volgende regeling: (1) Voor vluchten op vliegniveau 195 of lager: De vliegplannen dienen uiterlijk te 12.00 uur plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdiensten te zijn ontvangen.
(2) Voor vluchten hoger dan vliegniveau 195: Het aantal vluchten dient uiterlijk te 12.00 plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. De vliegplannen dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(1) Voor vluchten op vliegniveau 195 of lager: De vliegplannen dienen uiterlijk te 12.00 uur plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdiensten te zijn ontvangen.
(2) Voor vluchten hoger dan vliegniveau 195: Het aantal vluchten dient uiterlijk te 12.00 plaatselijke tijd bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn aangemeld. De vliegplannen dienen uiterlijk één uur voor aanvang van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam bij de betrokken verkeersleidingsdienst te zijn ontvangen.
(d) Tijdens de uitvoering van de vlucht binnen het vluchtinlichtingengebied Amsterdam moet een tweezijdige radioverbinding worden onderhouden met de betrokken verkeersleidingsdienst waaraan de vereiste positiemeldingen moeten worden gedaan.
4. Ongeacht de meteorologische omstandigheden is vluchtuitvoering tevens volgens de instrumentvliegverkeersvoorschriften verplicht indien de vlucht wordt uitgevoerd boven vliegniveau 195 alsmede gedurende de periode tussen zonsondergang en zonsopgang.